De zin en onzin van een hersenaandoening

Eind november jl. stond schijnbaar in het teken van de hersenen. In het artikel: “Een op de vier Nederlanders heeft hersenaandoening”  in NU.nl van 27 november 2017 wordt vermeld dat een op de vier Nederlanders een hersenaandoening heeft en een op de vijf sterfgevallen het gevolg is van een hersenaandoening.

Dit blijkt uit onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in opdracht van de Hersenstichting.

Als we dan verder lezen zien we een vreemd verschijnsel ontstaan. Het blijkt namelijk dat  de onderzoekers psychische stoornissen ook beschouwen als hersenaandoeningen. Dit is dan meteen ook de grootste groep: bijna 2 miljoen.

Persoonlijkheidsstoornissen, depressie of angst- en paniekstoornissen worden ook maar ingelijfd bij de hersenaandoeningen. Neurowetenschapper Laura Rigter erkent dat ook andere factoren een rol spelen bij het ontwikkelen van psychische stoornissen, maar geeft aan dat er voldoende wetenschappelijk bewijs is dat in de hersenen veranderingen plaatsvinden.

Een hersenaandoening zou niet altijd de directe oorzaak van een stoornis zijn, maar volgens Rigter bepalen de hersenen wel hoeveel ‘aanleg’ iemand heeft.

In het GGZ nieuws van 1 december 2017, met als bron telegraaf.nl, lezen we een verhaal  van Sara Kroos die weet dat ze nooit meer van haar depressie af komt, omdat het voor haar een chronische ziekte is. Ze geeft aan dat het een ziekte is en zegt dan: “Ik heb een aandoening aan mijn hersenen”.

In het GGZ nieuws van 28 november 2017 lezen we dat hersenonderzoeker Dick Swaab denkt dat de oorzaak van een depressie een combinatie is van mentale of externe factoren. De basis van een depressie is volgens hem bij de ene persoon een ontwikkelingsstoornis aan een deel van de hersenen (mentaal) en bij de ander een reeks nare ervaringen (extern).

Swaab geeft echter aan dat de kwetsbaarheid van het brein het toch wel degelijk maakt tot een hersenziekte.

Er komt gelukkig ook een tegenreactie van neuropsycholoog Jan Derksen. Hij noemt het onzin dat de oorzaak van psychische stoornissen in de hersenen ligt. Volgens hem wordt psychologie verward met biologie. Hij zegt: “Natuurlijk spelen de hersenen een rol, maar het is niet de enige oorzaak. De verklaring vind je in wat iemand heeft meegemaakt. Van de opvoeding en de trauma’s die iemand niet heeft kunnen verwerken; de Hersenstichting zegt al jaren dat alle depressies en angststoornissen hersenaandoeningen zijn, maar dat is klinkklare onzin.”

Hoogleraar psychologie Robert Schoevers vindt de discussie over welk label psychische stoornissen moeten krijgen, niet relevant. Het probleem is daar te groot voor. Hij steunt daarom de indeling van de Hersenstichting.

Het is mooi dat Schoevers het juist goed vindt dat de rare scheidslijn tussen psychische en lichamelijke ziekten  doorbroken wordt omdat die scheiding er eigenlijk niet is, maar de reden is net zo cognitief en gedragsmatig als van de hersenstichting.

Hij geeft namelijk aan dat de scheiding tussen lichaam en geest er niet is, omdat  onze mentale beleving het gevolg is van een reeks biologische processen.

Dit gaat dus niet over lichaam en geest als totaal principe, maar over stuurvoorrang.

In een aantal artikelen heb ik al geschreven over de verbinding tussen lichaam en geest.[1] Toch wil ik nog een aantal zaken op de rij zetten, omdat met deze cognitief gedragsmatige benadering het probleem van de scheiding tussen lichaam en geest nog veel sterker gaat worden.

Foudraine en Trimbos hebben in de zeventiger jaren getracht een eind te maken aan de labeling. Foudraine zag (geestes-)zieke mensen als mensen met problemen zoals iedereen, zij het dat de lijdensdruk zich nadrukkelijker toont.

De labeling is echter weer vol terug aan het komen, maar nu op een nog sterkere manier in de vorm van “hersenziekte”. Hiermee komen we bij het verhaal van Sara Kroos: je komt er nooit meer vanaf!

In de poging alles zo natuurwetenschappelijk mogelijk te onderbouwen is een basaal uitgangspunt gemist, namelijk het E=mc² van Einstein.

Ook is iedereen al een hele lange tijd op de hoogte van het begrip energie; Faraday ontdekte immers in 1821 als eerste een verband tussen elektriciteit en magnetisme.

Faraday introduceerde ‘energie’ als een bijna mystiek concept: een alomtegenwoordige kracht.

Zodra iets filosofisch wordt wil de harde bètakant er niets meer mee te maken hebben. Want ook de alfa- en bètawetenschappen zijn strikt gescheiden.

Foudraine heeft ook vergeefs geprobeerd om een non-dualisme te introduceren vanuit de oosterse zienswijzen.

In zijn Deus sive natura, geeft Spinoza aan dat alles weliswaar één is, maar het oneindig veel aspecten heeft. Wij kennen er daar maar een paar van (materie, geest), maar de wereld kan zich in principe op ontelbaar veel manieren aan ons manifesteren.

 Hij stelt ook dat mensen uiteindelijk niet gescheiden kunnen worden van de grotere omgeving en het relatienetwerk waarvan zij altijd deel blijven uitmaken.

Hij gaat uit van een parallellisme tussen het mentale en het psychische, tussen voorstellingen en dingen: “de orde en het verband van de voorstellingen zijn dezelfde als de orde en het verband van de dingen”.

Maar ja, dat is filosofie… We komen echter met het parallelle uitgangspunt dat Spinoza opvoert dichtbij het E=mc2 van Einstein, waarbij massa en energie twee zijden van dezelfde medaille zijn.

Het is niet voor niets dat Einstein aangaf: “Ik geloof in de God van Spinoza, die zichzelf openbaart in de wetmatige harmonie van het heelal, en niet in een God die zich bemoeit met het lot en de handelingen van mensen.”

Dit is in het heetst van de strijd om de dominantie tussen lichaam en geest “even vergeten” zullen we maar zeggen.

Einstein zei: “Het geloof in een externe wereld onafhankelijk van het waarnemend subject is de basis van alle natuurwetenschap. Omdat, evenwel, zintuigelijke waarneming slechts indirect informatie geeft van deze externe wereld, kunnen we deze laatste alleen vatten met speculatieve middelen. Dientengevolge kan onze notie van fysieke realiteit nooit finaal zijn.”

We kunnen de uitspraak van Einstein ook omzetten n.l.: Het geloof in een wezenlijke wereld afhankelijk van het waarnemend subject is de basis van alle metafysica. Omdat, evenwel, immateriële beleving slechts indirect informatie geeft over deze interne wereld, kunnen we deze laatste alleen vatten met exacte middelen. Dientengevolge kan onze notie van psychische realiteit nooit finaal zijn.

Binnen de medische wereld wordt vol gebruik gemaakt van potentiaalverschillen en magnetisme, maar dat schijnt in onze maakbaarheidswereld nog geen reden te zijn om de mens te zien als onderdeel van de totale natuur. De mens heeft zich er volledig buitengeplaatst.

René Descartes legde met de uitspraak Cogito ergo sum het fundament voor de  Verlichting. Alleen door het gebruik van de rede en het gezonde verstand komt men tot waarheid. Spinoza kwam echter dichter bij die “waarheid”.

Tijdens de Verlichting hadden geleerden en amateurs grote belangstelling voor de natuur. Het ging hen om het ontdekken van de wetmatigheden. In de zeventiende eeuw en nog lang daarna werd het begrip ‘filosofie’ gewoonlijk gebruikt voor wat nu natuurwetenschap wordt genoemd.

Het lijkt erop dat we dit nu volledig vergeten zijn. De mens is zo verlicht geworden dat hij boven het natuurlijke is uitgestegen.

Indien we de mens echter zien als onderdeel van de natuur, zien we ook dat hij gevormd wordt door energetische wetmatigheden. De hele groei vindt plaats door differentiatie waarbij een homogeen geheel wordt verdeeld in delen met verschillende eigenschappen.

Het kenmerkende bij differentiatie is dat er sprake blijft van een geheel en dat de verdeling in delen met verschillende eigenschappen zich voordoet binnen dat geheel.

Dit geldt voor de totale natuur en ook voor de mens bij de ontwikkeling van cellen, weefsels etc. tot eenheden met bepaalde eigenschappen en eigen karakter.

Houthoff [2] vermeldt in de beschrijving van het C.O.M.® (Rump): “Binnen ieder mensenleven vormt de eerste wet van de thermodynamica – ‘energie gaat nooit verloren’ – op de achtergrond een centraal thema: de drang om dit leven in stand te houden. Wie daar verder nooit zo over heeft nagedacht, kent toch de gevolgen uit eigen beleving. Angst is er een gevolg van: de drang om levensbedreigende situaties te vermijden. Kinderwens is er een gevolg van: voortplantingsdrang is de diep gevoelde behoefte om leven in stand te houden. Voeding, slapen en bindingsdrang houden er ook verband mee. Bij depressieve klachten hebben mensen een deel van het contact met hun innerlijk verloren: ze kunnen hun energie niet voelen stromen, wat als ‘leegte’ beleefd wordt.”

Verder geeft hij aan: “De belevingswereld als wereld van de krachten is in feite een vectorruimte. Vele eigenschappen van de belevingswereld worden duidelijk door krachten als vectoren -immateriële grootheden die alleen een kracht (de lengte van de vector) en een richting (de hellingshoek van de vector) weergeven- te beschouwen en af te beelden.” […]

“De diepe krachten in een mens – de innerlijke drijfveren – volgen bepaalde patronen en stellen zich daarbij in als het evenwicht tussen uitersten. De patronen en hun uitersten zijn niet synoniem met gedrag of karaktereigenschappen. Menselijke eigenschappen (gedrag, karakter) vormen de resultante van die onderliggende patronen. Meetkundig is dat goed te illustreren aan een vergelijking tussen het Euclidische vlak en het vectorvlak.”

Met het natuurwetenschappelijke uitgangspunt van Einstein is mijn stelling: “de massa van een lichaam is de uitingsvorm van de energie van dat lichaam; aan de massa van het lichaam kunnen we de energie vaststellen.”

Dit houdt in dat we altijd in het lichaam (massa), ofwel de hersenen bij neurowetenschappers, een manifestatie van de energie vast kunnen stellen. Het zou mooi zijn als gedrags- en neurowetenschappers de mens weer kunnen gaan zien als onderdeel van de natuur, zodat ook hier de natuurlijke wetmatigheden duidelijk worden.

Hersenen hebben de plaats ingenomen van bewustzijn, maar als we ons bezig gaan houden met werkelijke natuurwetenschap kunnen diverse wetenschappelijke disciplines overeenkomsten gaan zien. Geesteswetenschap in de werkelijke zin van het woord gaat over de verbinding tussen energie en massa en de wijze waarop de energie zich manifesteert in de massa.

De manifestaties van het innerlijke krachtenveld bij de mens (ziekten: fysiek en psychisch) kunnen dan ook gezien worden als interactie tussen de complementaire innerlijke krachten. Dit kan zich in verschillende sterkten en veruiterlijkingen voordoen. Als dit krachtenspel in beeld wordt gebracht kan er gekeken worden naar de mogelijkheden om dit in evenwicht te brengen.

Dr. Harry A.J. Rump MEd

22-12-2017

[1] https://www.linkedin.com/pulse/de-zin-en-onzin-van-placebo-dr-harry-a-j-rump-med/

https://www.linkedin.com/pulse/opgeslagen-beleving-van-trauma-dr-harry-a-j-rump-med/

https://www.linkedin.com/pulse/de-zin-en-onzin-van-een-gedragsmatige-benadering-rump-med/

[2] Prof. Dr. H.J. Houthoff (2008) “Het krachtenspel”

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *